Verhalen van Beatrix Potter
Available editions
Read a sample
Er waren vier kleine konijntjes.
There were four little rabbits.
Ze heetten Flopsy, Mopsy, Katoenstaart en Peter.
Their names were Flopsy, Mopsy, Cotton-tail, and Peter.
Ze woonden met hun moeder in een zandwal, onder de wortel van een grote den.
They lived with their mother in a sand-bank, under the root of a big fir tree.
Op een ochtend sprak de oude mevrouw Konijn met haar kinderen.
One morning, old Mrs. Rabbit spoke to her children.
Ze zei dat ze naar de velden of naar het steegje mochten gaan, maar dat ze niet in de tuin van meneer McGregor mochten komen.
She said they could go to the fields or down the lane, but they must not go into Mr. McGregor's garden.
Ze vertelde hen dat hun vader daar een ongeluk had gehad, en dat mevrouw McGregor hem in een pastei had gestopt.
She told them that their father had an accident there, and Mrs. McGregor had put him in a pie.
Ze zei: "Ga nu, en gedraag je. Ik ga weg."
She said, "Go now, and be good. I am going out."